De Ladder van Lansink

De Ladder van Lansink is een begrip in het afvalbeleid. Afvalpreventie en sensibilisering zijn vaak opgebouwd rond de principes van deze ladder, waarin een hiërarchie wordt toegewezen aan wat we met ons afval kunnen aanvangen: van voorkomen tot storten.

Onderstaand vindt u een tekst met uitgebreide informatie over de Ladder van Lansink. We bevelen hem sterk aan voor elke leerkracht die deze basisachtergrond als bagage zeker kan gebruiken.

De tekst is op zich niet bedoeld als deel van een lespakket op zich, maar geeft de omkadering om de accenten in de klas tijdens het doorlopen van de lessenpakketten juist te kunnen zetten.

De ladder bestaat uit de volgende sporten:


Voorkomen

De beste manier om met afval om te gaan is afval vermijden. Ook de overheid kan hierin een belangrijke rol spelen.

Afval voorkomen wil zeggen dat we ervoor zorgen dat we geen afval hebben. Er zijn tal van mogelijkheden om afval te vermijden. Je moet alleen maar goed uitkijken en slim kopen. Het gaat er om alternatieven te vinden voor producten die afval met zich meebrengen. Voor heel wat wegwerpproducten bestaan er duurzame alternatieven.

Soms is dat product duurder in aankoop, maar op de langere termijn komt het dikwijls goedkoper uit omdat je de volgende aankoop vaak aanzienlijk kan uitstellen terwijl je met goedkope, doch minderwaardige producten snel aan een nieuwe aankoop toe bent. En vergeet niet dat je de verpakking ook mee betaalt. Hier kan het gebruik van hervulbare verpakkingen een “afvalvoorkomende” reflex zijn.

Hergebruiken

Hergebruik vereist weinig of geen energie of grondstoffen. De mooiste voorbeelden hier zijn de artikelen in kringloopwinkels, tweedehands pc’s, retourflessen, navulbare potloden of vulpennen.

Hergebruiken is gewoon iets opnieuw gebruiken in plaats van het in de vuilnisbak te gooien. Soms moet je het voorwerp herstellen voor je het opnieuw kan gebruiken. Een kapotte, leren boekentas kan je laten repareren. Dat kost minder dan een nieuwe kopen. Soms moet je het product oppoetsen vooraleer het voor hergebruik geschikt is. Zo moeten flessen met statiegeld eerst worden schoongemaakt. Het is niet altijd de eerste gebruiker die een product opnieuw gebruikt. Je kan spullen die je niet meer nodig hebt aan vrienden of familie geven, of ze naar een kringwinkel brengen. Een voorwerp dat niet nieuw is, noem je tweedehands.

Sorteren en Recycleren

Veel afvalstoffen bevatten grondstoffen die geselecteerd ingezameld worden en opnieuw gebruikt kunnen worden. Denk hierbij maar aan het inzamelen van glas, papier, plastiek... Misschien schrijf je zelfs op een cursusblok gemaakt uit gerecycleerd papier!

Veel afvalsoorten bevatten grondstoffen die we opnieuw kunnen gebruiken. Op die manier wordt afval opnieuw grondstof. Telkens je zoiets weggooit, gooi je dus ook grondstoffen weg.

Als we ons afval sorteren, kunnen we de grondstoffen opnieuw in omloop brengen. De afvalstoffen worden gewassen en klaargemaakt om opnieuw als grondstof dienst te doen. We maken er iets nieuws van. Dat noemen we recycleren.

Recycleren gaat het makkelijkst als het om ‘zuivere’ grondstoffen gaat. Bijvoorbeeld allemaal glas van dezelfde soort. Als het afval uit verschillende soorten materiaal bestaat - bijvoorbeeld drankkartons of voorwerpen/ verpakkingen die uit verschillende soorten plastic bestaan– dan moeten die eerst van elkaar worden gescheiden.

Verbranden

Restafval kan verbrand worden in moderne, aangepaste installaties met rookgaswassing en energierecuperatie. De ultragesofisticeerde filters voor de uitlaatgassen en de totale installatie op zich kosten echter veel geld, en grondstoffen gaan verloren, ook al wordt soms gezegd dat door energiewinning uit afval aardolievoorraden kunnen worden gespaard. Daarom staat afvalverbranding op de voorlaatste plaats in de ladder van Lansink.

In een verbrandingsinstallatie wordt het afval bij een zeer hoge temperatuur verbrand. De rookgassen worden gezuiverd voor ze door de schoorsteen in de lucht belanden. De vrijgekomen energie wordt gerecupereerd: stoom wordt omgezet in energie.

Na het verbrandingsproces blijft er nog een vierde van het afval over in de vorm van assen. Daarvan wordt nog de helft gerecupereerd of gerecycleerd. Het schroot gaat bijvoorbeeld terug naar de staalindustrie (om te worden gesmolten) en de bodemassen kunnen als secundaire grondstof in de bouwsector worden gebruikt. De rest (o.a. de vliegassen) worden op een klasse 1-stortplaats gestort: een stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen.

Storten

Storten staat onder aan de ladder en moet zoveel mogelijk vermeden worden. Ongecontroleerd storten zorgde vroeger voor een ernstige hinder in de natuur, stank, bodem- en waterverontreiniging,... Tegenwoordig zijn de overblijvende stortplaatsen voorzien van hypermoderne snufjes om deze hinder zoveel als mogelijk te voorkomen, en wordt er uit de stortgassen ook energie gewonnen. Het argument dat dus ook hier aardolie wordt gespaard, gaat ook wel op. Stortplaatsen nemen echter ruimte in, en raken uiteindelijk vol, waarna opnieuw andere putten moeten worden gevonden of gegraven. Niemand wil graag een nieuwe stortplaats in zijn buurt, en daarom moeten we erg zuinig zijn met de stortruimte die er nog is. We kunnen daarom beter eerst alle hogere sporten van de ladder gebruiken vooraleer we aan storten van een afvalstof beginnen. Storten zal voor sommige, niet-recycleerbare en niet-brandbare afvalstoffen echter nog steeds een noodzaak zijn.

Het gaat hier in het geval van afval afkomstig van gezinnen over stortplaatsen van categorie twee: stortplaatsen voor niet gevaarlijke huishoudelijke en daarmee vergelijkbare afvalstoffen.

Het afval wordt in een grote put gedumpt. Zomaar afval in een put gooien veroorzaakt veel problemen. Een stortplaats moet dan ook aan een aantal wettelijke voorwaarden voldoen. Als er een nieuwe stortplaats wordt ingericht, wordt eerst de bodem beschermd met een plastic afsluitlaag: een laag waar het water niet doorkan. Die afsluitlaag voorkomt vervuiling van bodem of grondwater door de uitloging van verontreinigende stoffen uit het gestorte afval.

De stortplaats kan na verloop van tijd ook bovenaan ingepakt met een dikke plastic folie, zodat alles een groot ingekapseld pakket wordt, met daarbovenop een dikke laag aarde waarop gras of planten kunnen groeien. Soms grazen er schapen op, hetgeen geen probleem is, want er is totaal geen contact met het ingepakte afval. Ook als de stortplaats niet meer wordt gebruikt, moet ze worden gecontroleerd. Het terrein blijft voor lange tijd onbruikbaar (tenzij voor het houden van schapen of ander vee). De bedoeling van storten is het afval op een gecontroleerde manier en voor onbepaalde tijd in de bodem op te slaan.

Het gas dat ontstaat in het afgesloten stort wordt verwijderd en als brandstof gebruikt. Daarmee kan men bijvoorbeeld elektriciteit opwekken of water verwarmen. Als dat niet kan wordt het stortgas verbrand.

Ziezo, we zijn de ladder afgedaald. De bovenste trede is en blijft de belangrijkste en we kunnen er heel wat aan doen om die bovenste trede zoveel mogelijk te bereiken!

Download


Om dit bestand te kunen downloaden moet u zich eerst registreren en inloggen.